Kidzlifestyle’s voorlees verhalen: Toppi speelt buiten in de regen
Hoog in de bergen, in een ander land, heel ver weg, woont Toppi. Toppi is een berggeit, met lange gekrulde zwarte haren en 2 hoorntjes op zijn kop. Toppi woont in de bergen samen met heel veel andere berggeiten.
Ze zien er niet allemaal hetzelfde uit. De een heeft een bruine vacht en de ander een blonde vacht. Toppi heeft heel mooie ogen, ze zijn een beetje goudbruin, met lange zwarte wimpers. Zijn neus is een beetje roze. Onder aan zijn kin hangt een sikje. Aan zijn pootjes heeft hij witte vlekjes en zijn hoefjes zijn helemaal zwart. Hij heeft een heel leuk staartje en als hij blij is draait het staartje in het rond. Dan springt hij met alle vier zijn pootjes hoog in de lucht.
Toppi eet de blaadjes van de bomen en soms, heel soms, komt Toppi de hoge berg af. Dan gaat hij op zoek naar lekker mals gras. Dat smaakt als een taartje. Als je heel goed luistert, kun je Toppi horen, want om zijn hals draagt hij een bruin fluwelen band met daaraan een heel klein belletje. En als Toppi met de andere berggeitjes aan het spelen is dan hoor je precies waar Toppi is. Toppi heeft de halsband van zijn moeder gekregen. Want dan weet ze hem altijd te vinden.
Toppi beleeft allerlei avonturen met zijn vriendjes, sommige hilarisch & sommige leerzaam. De verhalen over Toppi zijn geschreven door Evelyn Ozaydin, een Nederlandse debuterende kinderboeken schrijfster, woonachtig in Turkije.
Toppi speelt buiten in de regen
Het had heel hard geregend in de bergen en Toppi slaakte een zucht en zei: “ik verveel me”. “Ga dan buiten spelen”, antwoordde zijn moeder, “ misschien zijn er ook andere geiten buiten”.” Ja, maar dan word ik zo vies”, verzuchtte Toppi nog eens. “ Kom op, het is bijna droog en doe je kaplaarzen maar aan”, zei zijn moeder weer.
Dat vond Toppi een goed idee, want hij had net nieuwe kaplaarzen gekregen. Hij stapte trots door de regenplassen en hoopte dat zijn vriendjes hem zouden zien met zijn nieuwe kaplaarzen aan. Maar er was nog niemand buiten aan het spelen. Dus Toppi was door de plassen aan het rennen om te kijken of zijn hoefjes droog bleven. Ja hoor, de kaplaarzen lieten geen water door. Hij was zo lekker aan het springen en aan het spelen dat de paar regen druppels die nog vielen, hem niet deerden.
Toen zag hij een heel grote modderpoel en rende er dwars doorheen. Maar zijn hoefjes waren helemaal nat. “Hoe kan dat nu”, dacht Toppi. Hij keek eens achter zich en zag dat zijn mooie nieuwe kaplaarzen in de modder waren blijven steken. Hij bedacht zich geen seconde en liep terug naar de grote modderpoel. Hij liep er dwars doorheen. Hij pakte de kaplaarzen met zijn bek en zijn sikje zat helemaal onder de modder. Dat vond Toppi niet echt leuk en probeerde met een van zijn achterpoten zijn sikje schoon te wrijven. En ja hoor: Toppi viel pardoes om in de modder. Zijn mooie zwarte vacht, was helemaal nat en kleverig. En alle krullen waren verdwenen. Het huilen stond hem nader dan het lachen. Net op het moment dat hij huilend naar huis wilde rennen, zag hij wat vriendjes aankomen. Zij zagen Toppi en renden op hem af. “Ohhh wat leuk”, zei een van hen,” Toppi is lekker aan het rollebollen in de modder en dat wil ik ook”. En hup, ze sprongen achter elkaar in de modderpoel en mekkerden van plezier. Nadat ze moe waren van het spelen gingen ze allemaal naar hun eigen huis.
Toen Toppi thuis kwam vertelde hij het hele verhaal aan zijn moeder. Zijn moeder moest er wel een beetje om grinniken. Beter een vies geitje, dan een die zich verveelt. Nadat hij lang onder de warme douche had gestaan, kroop hij lekker onder een warm dekentje. En voordat hij insliep dacht Toppi,” ik hoop dat het morgen weer regent, dan ga ik lekker buiten spelen”.
