Kidzlifestyle

Column Granny vertelt #9: "Afzwemmen"

Locatie: een overdekt zwembad in een nieuwbouwwijk. Versleten clubhuis met asbakken, koffie, bier, gehaktballen en belegde broodjes. Veel verschillende baden. Schel geluid. Penetrante chloorlucht. De winter is net begonnen, buiten waait een gure wind. Binnen ligt de gevoelstemperatuur rond 35 graden.

Alleen wie tenminste drie laagjes kleding uittrekt houdt het hier langer dan een minuut vol. Bibberende kindertjes zijn hier niet, of het moet zijn van de opwinding. Vandaag gaan ze afzwemmen. En omdat het zaterdag is zijn niet alleen ouders, maar ook grootouders en andere familieleden uitgenodigd.

Daar is massaal gehoor aan gegeven. Velen zijn gewapend met een foto- of videocamera, die onmiddellijk beslaat als je de drempel over stapt. Iedereen moet hardblauwe plastic hoesjes om zijn schoenen doen. Dat maakt het lopen lastig, maar gemakkelijk was dat toch al niet door de menigte, die langzaam tussen de baden doorschuifelt. Stiekem hoop ik dat een voordringende grootouder uitglijdt en met camera en al in het zwembad valt. Helaas.

We zijn niet de eerste groep vandaag en ook niet de laatste. ‘Het is een soort zwemfabriek’, had mijn schoondochter mij al eens voorgehouden. Maar de lessen waren beter dan elders en de vorderingen navenant. Voor B moet je een stuk met je kleren aan zwemmen, onder water zwemmen, onder een drijvend object door, borst- en rugcrawl doen, stil kunnen drijven, watertrappelen. En dat alles ziet er reuze griezelig uit als kinderen van kleuterleeftijd het doen. Die kleine hoofdjes, die net boven het wateroppervlak uit komen. De snelle bewegingen. De schrik als ze rugzwemmend tegen een ander kind aanbotsen. Het geproest als ze water binnenkrijgen.

Ik zat er met mijn neus bovenop, want ouders en grootouders mochten plaatsnemen direct om het twee-meter-bad heen. Vandaag kwam het er dus op aan dat de kinderen lieten zien dat ze zich in het water konden redden. Maar eigenlijk was het een gelopen race, want kinderen worden pas uitgenodigd om af te zwemmen als ze bewezen hebben dat ze de oefeningen onder de knie hebben. En je moest het wel heel bont maken, wilde je het nu nog verknallen. Veel grootouders hadden dat niet begrepen, dus die waren nerveuzer dan hun kleinkind, dat zo meteen een prestatie moest leveren. Ouders deden mee in het complot en riepen hun kind na ‘goed je best doen, hoor.’

Na veel geplons, aanmoediging en applaus bleken alle kinderen geslaagd. Ze mochten hun diploma in ontvangst nemen uit handen van twee zwarte Pieten, die het geheel toch een feestelijk tintje gaven.
Veel tijd om elkaar te feliciteren was er niet. De volgende groep stond al te popelen. Langzaam schuifelde de menigte uit het bad richting de kleedkamers en het clubhuis, terwijl in tegengestelde richting de nieuwe ploeg naar binnen kwam. In alle drukte zette een kind het op een brullen, wat tot enige consternatie leidde. Achter mij hoorde ik mijn man tegen een meelevende oma sissen: ‘geen wonder dat er gehuild wordt, van de vorige groep is maar de helft geslaagd.’
‘Zie je nou wel,’ hoorde ik de vrouw geschrokken zeggen, ‘ik zei toch dat het menens was.’ Met een grijns op zijn gezicht vervolgde mijn man zijn weg naar de uitgang. Werd het toch nog gezellig.

Granny, december 2007

opvoeding sport