Column ‘Granny vertelt’ #2: Dagje Dolfinarium
“Opa, ik vind jouw auto vet gaaf” zegt onze oudste kleinzoon (5 jaar). Hij is nauwelijks te verstaan omdat zijn kleine broertje (2 jaar) hartverscheurend naast hem zit te huilen en alleen maar wil weten of pappa achter ons aan rijdt. We gaan vandaag een dagje naar het Dolfinarium in Harderwijk met onze kleinzoons.
En om het voor iedereen extra gemakkelijk te maken ruilen we van auto. Onze zoon en schoondochter mogen in onze cabriolet rijden en wij lenen hun ruime SUV, omdat de kinderstoeltjes daar zo goed in passen en alle bagage nu niet hoeft te worden overgetild.
Wat heb je veel nodig met twee kleintjes: kinderwagen, bodywarmers voor als de wind opsteekt, regenjasjes in bijpassende rugzak, schone luiers voor de jongste, een extra set droge kleren voor allebei, voor spetterende dolfijnen, flesjes drinken, Liga’s omdat ze van de opwinding te weinig hebben ontbeten, petten tegen felle zon, rozijnen voor tussendoortrek, een speelgoed autootje, een knuffel, natte doekjes. Het lijkt wel of we op vakantie gaan.
Het is een stralende dag en voordat we de straat uit zijn lacht de jongste alweer om mijn ‘kiekeboe’ vanachter de hoofdsteun van de voorstoel. Wat een dankbare rol, als oma de clown te mogen uithangen. Zelden heeft een grapje van mij zo’n verpletterende uitwerking. En even lijken pappa en mamma vergeten. We waren gewaarschuwd dat de jongste in een moeilijke periode zou zitten. Hij zou alleen zijn eigen zin willen doen en erg aan zijn vader hangen, wil verder van niemand iets weten. We merken er weinig van, laat opa een raar geluid maken of oma een grimas trekken en alles is weer koek en ei. En ze hebben veel zin in de dolfijnenshow. Gelukkig hoeven we niet ver te rijden.
Lelijkheid
Heel Harderwijk lijkt te bestaan uit parkeerplaatsen, met daar tussendoor gevlochten de restanten van een vissersdorp. Gelukkig valt er tussen alle lelijkheid hier en daar wat opbeurends te ontdekken. Een haventje met rondvaartboot, pannenkoekenhuis, grote terrassen met windschermen en een kleine winkelstraat, maar die zien we pas op weg naar huis.
In de rij hoeven we niet, want wij zijn moderne grootouders, die vooraf via internet kaarten hebben gekocht en uitgeprint. Wat een geld, trouwens, die entree van € 65,50. Wij betalen de volle mep, want zijn nog te jong voor seniorenkorting, maar gelukkig mag de jongste er gratis in. Ondanks dat het Dolfinarium recentelijk een ingrijpende verbouwing heeft ondergaan doet het erg knus en zelfs een beetje kneuterig aan. Op het eerste gezicht is er weinig spectaculairs te beleven en alles is ingesteld op kleine kinderen.
Direct staan we oog in oog met de levensgrote walrussen. We verbazen ons over hun formaat en dat ze desondanks zo gracieus bewegen in het water. Toch anders dan wanneer je ze op Animal Planet ziet. Dan moeten we ons al haasten voor de eerste show. De Zottte Zeeleeuwen samen met twee Maffe Matrozen. Heel ontroerend, want die dieren hoeven alleen maar te bewegen voor een lachsalvo.
Haaien aaien
Na zo’n lange zit, wel een half uur, en alle opwinding is het tijd om even uit te waaien in een van de speeltuinen op het zandstrand. Daar krijg je dorst van en honger, maar gelukkig wil opa wel in de rij staan voor een snelle hap. Dan spoeden we ons naar het Roggenrif, waar je niet alleen roggen maar ook haaien schijnt te kunnen aaien. Ik geloof het pas als ik het zelf zie. In een groot ondiep bassin met een brede rotsmuur eromheen liggen kinderen op hun buik de vissen te aaien, die nieuwsgierig langszwemmen. Sommige kinderen voeren kleine snippertjes vis. Als er een rog aan komt zweven draait deze zich om en pakt met zijn bekje aan de onderkant voorzichtig de lekkernij aan en zwemt verder. De haaien zijn wat schuwer, maar laten zich ook aanraken. Ze zijn klein en zien er onmiskenbaar uit als haaien. Maar de kinderen zijn onbevangen en ervaren dit als een topattractie.
We hoppen door een stenenvijver. Eén keer, nog een keer, alleen. Gaan naar de dolfijnenshow, die een beetje tegenvalt, genieten van de zandplaat waar zeehonden in de zon liggen te bakken, pakken nog twee speeltuinen mee en eindigen met de piratenshow in het filmtheater.
“Dit is niet zo geschikt voor de hele kleintjes, als ze bangig zijn. Ik waarschuw maar,” zegt een suppoost. Voor de jongens het teken dat we hier moeten zijn, want WIJ ZIJN NIET BANG.
Watjes
Het licht gaat uit en in het donker loopt de spanning in de zaal snel op. Het geluid van de piratenfilm is hard en er zijn allerlei effecten. Wordt er een kanon afgeschoten, dan voel je de wind door je haren blazen. Plonst er iets in de zee, dan voel je spetters water. Loopt iemand in de jungle tegen een bijennest, dan begint onze stoel te zoemen. Op de rij voor ons zet een meisje het op een huilen, ze vindt het niet leuk meer en wil naar buiten.
“Meisjes zijn watjes,” zegt onze kleinzoon en hij kruipt wat dichter tegen opa aan, die het helemaal met hem eens is. Voor de zekerheid had ik de jongste alvast op schoot genomen. Ook om hem niet uit het oog te verliezen, want hij is zo vlug als water en voor je het weet zou hij in het donker een paar rijen verderop onder de stoelen kunnen kruipen. Ik ga helemaal op in de film en kijk pas weer naast mij als het licht aanfloept. Net op tijd om de oudste van de schoot van opa af te zien springen en hem met veel kracht naar de uitgang te zien trekken. Het is mooi geweest. Ook beginnende mannenmoed kent zijn grenzen.
Heerlijk moe en vol verhalen brengen we ze thuis. Volgend jaar weer?